Alles controleren kost net zoveel tijd als het zelf doen. Niets controleren is gevaarlijk. De kunst is gericht controleren: daar waar fouten het vaakst voorkomen en het meeste schade doen.
Waar zitten de fouten meestal?
- Cijfers en berekeningen.
- Namen, datums en citaten.
- Verwijzingen naar wetten, artikelen en bronnen.
- Samenvattingen die een nuance weglaten of omdraaien.
- Details die niet in je bron stonden, maar er wel plausibel bij passen.
De controle in vier vragen
- Klopt de kern? Lees het antwoord en vraag jezelf of de hoofdboodschap overeenkomt met wat je weet.
- Kloppen de harde gegevens? Controleer elk getal, elke naam en elke datum die je gaat gebruiken.
- Bestaan de bronnen? Open elke bron. Verzonnen bronnen zien er vaak heel echt uit.
- Wat ontbreekt er? Vraag het model: 'Wat heb je weggelaten of aangenomen?'
Maak controle makkelijker
Vraag bij het maken al om controleerbaarheid: 'Zet bij elke bewering de bron of het paginanummer.' Of: 'Markeer wat je aanneemt en wat uit mijn tekst komt.' Dan zie je direct waar je moet kijken.
Onthoud
- Controleer gericht: cijfers, namen, bronnen en nuances.
- Hoe groter de gevolgen van een fout, hoe grondiger de controle.
- Vraag vooraf om bronverwijzingen en gemarkeerde aannames.
Volgende stap: Hoe een taalmodel werkt: tokens, context en hallucinaties