De meeste teleurstellende AI-antwoorden komen door een te korte vraag. AI weet niets over jou, je klant of je doel, tenzij je het vertelt. Deze les geeft je een structuur die altijd werkt.
Het verschil in één voorbeeld
Vaag: 'Schrijf een mail over de vertraging.' Het resultaat is generiek, te lang en niet in jouw toon.
Je bent accountmanager bij een installatiebedrijf. Schrijf een mail aan een vaste klant, een woningcorporatie. De oplevering van 12 woningen schuift 2 weken op door een late levering van warmtepompen. Doel: begrip houden en de nieuwe planning bevestigen. Toon: zakelijk en eerlijk, geen excuses die klinken als smoesjes. Maximaal 120 woorden, eindig met een voorstel om kort te bellen.
De vier onderdelen
- Rol: vanuit welk perspectief moet het model denken? ('Je bent een ervaren controller.')
- Context: wat is de situatie, voor wie is het, wat weet het model nog niet?
- Opdracht: wat moet er precies gebeuren? Eén duidelijke taak.
- Vorm: lengte, structuur, toon, format (tabel, lijst, mail).
Drie gewoontes die direct helpen
- Geef voorbeelden. Plak een eerdere tekst die je goed vond en zeg: 'in deze stijl'.
- Laat vragen stellen. 'Stel me eerst 3 vragen voordat je begint.'
- Itereer. Het eerste antwoord is een startpunt. 'Korter.' 'Formeler.' 'Punt 2 klopt niet, want...'
Onthoud
- Rol, context, opdracht en vorm maken het verschil tussen generiek en bruikbaar.
- Voorbeelden werken beter dan beschrijvingen van de gewenste stijl.
- Het eerste antwoord is een begin: stuur bij met korte, concrete feedback.
Volgende stap: Prompten voor gevorderden: structuur, voorbeelden en stappen