Een coding agent weet bij het begin van elke sessie niets over je project, behalve wat hij kan lezen. Hoe beter je die context inricht, hoe beter hij werkt. Dat is context engineering.
1. Een instructiebestand in je project
De meeste coding agents lezen automatisch een instructiebestand in de root van je project (bijvoorbeeld CLAUDE.md, AGENTS.md of een rules-bestand). Zet daar wat een nieuwe collega op dag één zou moeten weten.
# Project: klantportaal
## Stack
Next.js, TypeScript strict, PostgreSQL via Drizzle.
## Commando's
- npm run dev: lokaal starten
- npm test: tests (moeten slagen voor elke commit)
## Regels
- Elke API-route controleert eigendom op de server.
- Invoer valideren met Zod.
- Geen nieuwe dependencies zonder te vragen.
- Kleine commits met duidelijke beschrijving.2. Een specificatie per feature
Voor een grotere feature: schrijf eerst een korte spec met doel, gedrag, randgevallen en acceptatiecriteria. Laat de agent eerst een plan maken en keur dat goed voordat hij bouwt.
3. Kleine stappen met verificatie
Een agent die zelf tests kan draaien, corrigeert zijn eigen fouten. Zorg dus dat er tests en een typecheck zijn, en vraag om ze na elke stap te draaien.
4. Houd de context schoon
- Begin een nieuwe sessie voor een nieuwe taak.
- Verwijs naar specifieke bestanden in plaats van 'kijk even in de code'.
- Verwijder verouderde documentatie: een agent gelooft wat er staat.
Onthoud
- Een instructiebestand met stack, commando's en regels verbetert elke sessie.
- Spec en plan voor grote features, en keur het plan goed voor het bouwen.
- Tests en kleine stappen laten de agent zijn eigen fouten vinden.
Security Check
Loop dit na voordat je verder gaat of iets online zet.
- Staan je security-regels (autorisatie, validatie, secrets) in het instructiebestand?
- Heeft de agent toegang tot productiesleutels? Dat hoort niet.
- Review je elke diff voordat je merget?
Volgende stap: Prompten voor gevorderden: structuur, voorbeelden en stappen